De meerwaarde van geclusterd wonen in een vergrijzende samenleving

Op weg naar passende woonvormen in de sociale huursector die het (sociale) welbevinden van oudere bewoners bevorderen.

De meerwaarde van geclusterd wonen in een vergrijzende samenleving

Op weg naar passende woonvormen in de sociale huursector die het (sociale) welbevinden van oudere bewoners bevorderen.

Projectinformatie

Projectinformatie

Titel: Op weg naar passende woonvormen in de sociale huursector die het (sociale) welbevinden van oudere bewoners bevorderen
Thema: Sociaal Wonen
Opdrachtgever: Woonzorg Nederland
Looptijd:
juni 2020 – mei 2024
Contactpersoon: Masi Mohammadi
Penvoerder: Lectoraat Architecture in Health, HAN

Het livinglab
Met de groeiende instroom van senioren gaat de samenredzaamheid van, en de sociale cohesie in corporatiebuurten achteruit: steeds meer mensen hebben ondersteuning en zorg nodig, maar steeds minder bewoners zijn in staat om hun medebewoners bij te staan. Dit leidt tot meer sociale kwetsbaarheid en eenzaamheid. Een woonomgeving waarin ontmoetingen tussen bewoners worden gestimuleerd en die sociale cohesie en samenredzaamheid bevordert, kan helpen om mensen langer op een prettige manier zelfstandig te laten wonen. Woningcorporatie Woonzorg Nederland ontwikkelt daarom nieuwe woonconcepten die ontmoeting tussen bewoners en de samenredzaamheid van de bewonersgroep stimuleren. De vraag is of deze woonconcepten daarin slagen en hoe deze woonconcepten sociaal-ruimtelijk het beste kunnen worden vormgegeven.

Het doel
We willen weten hoe collectieve woonvormen sociaal-ruimtelijk vormgegeven kunnen worden zodat ze cohesie en samenredzaamheid onder bewoners bevorderen. De resultaten van het onderzoek zijn (ontwerp)richtlijnen en strategieën voor gemeenschappelijk wonen voor senioren in de sociale huursector. We kijken met name naar het ruimtelijk en technologisch ontwerp van de woonvorm, maar altijd in relatie tot de samenstelling van de bewonersgroep en de wijze waarop bewoners het leven in de woongemeenschap (kunnen) organiseren.

De methode
In het onderzoek werken we samen met medewerkers van Woonzorg Nederland die zich bezighouden met het (door)ontwikkelen van woonformules voor passende (gemeenschappelijke) woonvormen voor senioren in de sociale huursector. We maken gebruik van verschillende onderzoeksmethoden: de meerwaarde en potentiële belemmeringen en risico’s van gemeenschappelijk wonen onderzoeken we met kwalitatieve methoden zoals participerende observatie en semi-gestructureerde diepte-interviews en photovoice. Met deze laatste methode worden ervaringen, herinneringen en emoties van bewoners direct gekoppeld aan het sociaal-ruimtelijke design van de woonomgeving.
Toetsend onderzoek doen we met vastgoeddata van de woningcorporatie en surveydata die verzameld zijn onder medewerkers van de woningcorporatie en bewoners. Hiermee willen we – binnen de woningvoorraad van Woonzorg Nederland- varianten van gemeenschappelijk wonen onderscheiden op basis van relevante sociaal-ruimtelijke en organisatorische variabelen. Zo kijken we bijvoorbeeld met een exploratieve clusteranalyse hoe het wonen en samenleven ruimtelijk is vorm gegeven. En op welke wijze bewoners een rol spelen in de organisatie van de woonvorm en hoe de bewonersgroep is samengesteld. Vervolgens kijken we hoe de verschillende varianten invloed hebben op de contacten tussen bewoners, gemeenschapsvorming en samenredzaamheid.

De opbrengst tot nu toe
Uit het onderzoek blijkt dat de woonruimte niet alleen georganiseerde activiteiten moet faciliteren, maar ook gelegenheid moet bieden aan spontane ontmoetingen tussen bewoners. Juist deze spontane ontmoetingen zijn van belang voor het leren (her)kennen van de gehele groep bewoners.

Verder blijkt dat eigenaarschap en zelforganisatie van en door bewoners belangrijke randvoorwaarden zijn voor betrokkenheid onder bewoners. Deze  betrokkenheid kan echter ook leiden tot meer wrijving onder bewoners. Immers wanneer mensen samenwerken en organiseren kunnen verschillende meningen en verwachtingen tot conflicten leiden. Duidelijk wordt dat gemeenschapsvorming niet vanzelf tot stand komt, maar het resultaat is van een combinatie van
sociale, ruimtelijke en organisatorische condities.

Wat zegt de projectpartner over het livinglab?

Arianne Hendriks, Adviseur Strategie en Innovatie

Wat heeft het project tot nu toe opgeleverd?
Door het project weten we nu welke gebouwen mogelijk wel ontmoeting stimuleren en welke waarschijnlijk niet. Het vastgoed van WZN is ingedeeld in vijftal clusters van woonvormen die verschillen in de mate waarin en de manieren waarop zij ontmoeting stimuleren. Daarnaast weten we door literatuurstudie en studie van wereldwijde best practices beter hoe gebouwen ontworpen kunnen worden en ruimtes anders ingedeeld en benut om sociaal contact tussen bewoners te stimuleren. Maar de meeste inzichten moeten nog komen uit het surveyonderzoek onder de bewoners naar hun beleving van de woon- en ontmoetingsruimtes en hun behoeften daarin. Dit onderzoek is recent gestart.

Wat is de meerwaarde van de samenwerking?
WZN zet in op geschikte woningen en een woonomgeving die ontmoeting stimuleren. Daarbij wil WZN innoveren en optimaal kunnen inspelen op veranderende wensen en behoeften van (toekomstige) senioren uit het sociale huursegment. De samenwerking met de wetenschap is daar heel waardevol bij, dit onderzoek helpt WZN te leren hoe zij dit het beste kan doen. Het draagt wezenlijk bij aan het maken van nieuwe keuzes in het ontwerpen en inrichten van gebouwen op basis van onderzoek, kennis, experimenten en realisatie in de praktijk.

Onderzoekers

Masi Mohammadi
Lector – hoogleraar
HAN – TUe

Nienke Moor
Senior onderzoeker
HAN

Kim Hamers
PhD-student
HAN

Onderzoekers

Masi Mohammadi
Lector – hoogleraar
HAN – TUe

Nienke Moor
Senior onderzoeker
HAN

Kim Hamers
PhD-student
HAN